Zaaibedden

Zaaibedden

 

Zaaibed

Hoe creëer je een optimaal zaaibed, welke eigenschappen moet het hebben en aan welke eisen moet het voldoen? Omdat het zaaibed op verschillende manieren, de sleutel is tot een hoge opbrengst, willen we onze kennis graag met u delen. In de onderstaande handleidingen ziet u hoe u de beste omstandigheden kunt creëert voor het zaaien, ongeacht de gewassen op uw boerderij.

Zaaibedbereiding
Er zijn verschillende benaderingen die gebruikt kunnen worden in het behalen van een goede bereiding van het zaaibed. De beslissende factor bij het kiezen van een aanpak is de beheersing van de verschillende technieken en mogelijke oogstresten.
Het zaaibed legt de basis voor de teelt van gewassen. Er zijn echter verschillende technieken die gebruikt kunnen worden om een zaaibed te maken:
• Conventionele techniek
• Ploegen + zaaien met Rapid 
• Minimale grondbewerking
• Ultra ondiepe grondbewerking
• Ondiepe grondbewerking
• Direct zaaien

Direct zaaien
De techniek die wordt gebruikt hangt af van veel verschillende factoren, bijv. oogstresten (stro), de beschikbare apparatuur, het type bodem, het klimaat, arbeidsbehoeften, etc. 
Ploegen warmt de grond op en begraaft de plantenresten zo dat dit het zaaien niet belemmerd. Ploegen verstoort echter wel de structuur van de bodem en verhoogt de oxidatie van het organische materiaal. Zonder het ploegen blijven het organische materiaal en de structuur van de grond behouden, maar het stro kan voor problemen zorgen met het zaaien en kan ziektes overbrengen.

Het zaaibed en zaaien met behulp van verschillende technieken: 

1. Conventionele techniek - Ploegen van stro, teelt tot zaaidiepte met een tand / schijf cultivator, conventioneel zaaien, kunstmest strooien.
2. Ploegen van stro, ondiepe teelt, zaaien met Rapid waarbij zaad en kunstmest tegelijkertijd in de grond worden geplaatst.
3. Minimale grondbewerking - Grondbewerking van stro door cultivator, zaaien met Rapid waarbij zaad en kunstmest tegelijkertijd in de bodem / stro-laag worden geplaatst.
4. Ondiepe grondbewerking - Ondiepe onder gewerkt van stro aan het oppervlak, zaaien met Rapid waar zaad en kunstmest gelijktijdig in de bodem / stro-laag worden geplaatst.
5. Direct zaaien - Zaaien met Rapid waarbij zaad en kunstmest gelijktijdig worden geplaatst zonder voorafgaande grondbewerking. Het stro blijft op het oppervlak.

Beheer van plantenresten
Een belangrijk verschil tussen de technieken is hoe plantenresten worden beheerd. Plantresten beïnvloeden de mogelijkheid om goed contact tussen bodem en zaad te bereiken. Als er grote hoeveelheden stro overblijft, is een groot gedeelte van de grondbewerking nodig dat er voor zorgt dat het niet effect heeft op het volgende gewas, dit wordt zo efficiënt mogelijk afgebroken. Het type stro, d.w.z. de voorbewerking, bepaalt hoe snel het uiteenvalt en hoe effectief het door machines kan worden verwerkt.

Persen of onder werken
Het stro kan worden geperst en verwijderd, of onder gewerkt in de grond. Ontbinding van plantenresten kan de structuur van grond met een slechte structuur verbeteren. Als het stro een alternatieve waarde heeft voor dierlijke producten of voor warmte, wordt het meestal geperst en verzameld. Dit maakt grondbewerking makkelijker op korte termijn. Grondbewerking wordt echter wel lastiger op lange termijn als de hoeveelheid organisch materiaal afneemt.

Ploegen soms gerechtvaardigd
De keuze van de grondbewerkingstechniek kan ook worden beïnvloed door de waarde van de volgende oogst. Als het gewas kan worden verkocht voor een hoge prijs, kan dit de kosten van ploegen in evenwicht brengen, als het ploegen leidt tot een beter resultaat. Een ander aspect om te overwegen is de druk van onkruid en ziektes. Als er een risico is van het verspreiden van ziektes, kan dit een volledig kerende grondbewerking rechtvaardigen. Lastig onkruid moet mogelijk ook worden omgeploegd. Ten slotte, is het vermogen van de machines om grote hoeveelheden plantresten te hanteren ook nog een factor om te overwegen.

Optimale terugverdichting
Het doel van zaaibed terugverdichting is het creëren van goed contact tussen zaad en grond om een optimale toevoer van water, voedingsstoffen en zuurstof aan zaden en wortels te bieden, zie figuur “terugverdichting van het zaaibed”. 
Te weinig terugverdichting, dit wil zeggen dat de bodem te los is rond het zaad, kan leiden tot slecht functioneren van capillair transport van water omdat de poriën te groot zijn. Dit betekent dat de grond rond het zaad te droog kan worden. Te veel terugverdichting betekent echter dat de grote poriën worden samengeperst en minder effectief worden voor het weglekken van overtollig water en het transporteren van zuurstof en kooldioxide uit het zaad. Dit kan leiden tot zuurstoftekort voor de wortels. Op lichtere gronden (medium en fijn zand), hebben lichte machines het beste effect, terwijl zware kleigronden zware machines nodig hebben om de grond te cultiveren en terug te verdichten.

Terugverdichting van het zaaibed
Grond bestaat voor ongeveer 50% uit vast materiaal en voor 50% uit poriën. In de ideale situatie, is de helft van de grond gevuld met water en de andere helft met lucht. Dit verschilt echter sterk afhankelijk van hoeveel regen er is gevallen, de structuur van de grond en hoe het is bewerkt.

1. Te weinig terugverdichting, d.w.z. te losse aarde rond het zaad, kan capillair transport van water voorkomen omdat de poriën te groot zijn. Dit betekent dat de grond rond het zaad te droog wordt, zodat het zaad uitdroogt en de zaaiing verwelkt.

2. Optimale terugverdichting zorgt voor goed contact tussen zaad en aarde, dus het zaad wordt via capillair transport van water voorzien. Tegelijkertijd zijn er voldoende grote poriën om zuurstof te transporteren.

3. Te veel terugverdichting betekent daarentegen dat de grote poriën worden samengeperst en minder effectief worden voor het weglekken van overtollig water en het transporteren van zuurstof naar en kooldioxide uit het zaad. Dit kan leiden tot zuurstoftekort, waardoor de wortels worden gedood.

Woordenboek
Capillair = water dat omhoog kan stijgen in de grond in de fijne poriën door binding van de watermoleculen in de poriën, adhesie. Maar ook door aantrekking tussen watermoleculen, cohesie. Zompige bodems hebben een hoge capillariteit en combineren een grote hoogte van capillaire stijging met een hoge mate van capillaire stijging

Zaaibedkwaliteit

De taak van het zaaibed is het creëren van een snelle en gelijkmatige opkomst voor het zaad. Dit vereist water, lucht, warmte en een omgeving zonder ziektes. Het ideale zaaibed legt een basis voor een hoge opbrengst. Het zaaibed fungeert als een kwekerij voor het ontkiemende zaad en moet de juiste omstandigheden creëren wil het gewas snel en gelijkmatig opkomen.

Het ideale zaaibed
De belangrijkste eigenschappen van het zaaibed zijn:

1. Absorberen zware regen, het verstrekken van stabiliteit tegen korstvorming en erosie.
2. Fungeren als een barrière tegen verdamping.
3. Zorgen voor capillair watertransport voor het ontkiemen van zaden.
4. Fungeren als een voedings-, water- en zuurstofreserve, het bevorderen van de wortelontwikkeling.

Het ideale zaaibed moet het uiterlijk hebben dat op de foto wordt getoond, beginnend vanaf de bovenkant, een laag grovere aggregaten (grond deeltjes), inclusief organische materialen, dat een bescherming vormt tegen korstvorming, gevolgd door een laag fijne aggregaten die de verdamping van bodemvocht tegengaat en goed contact tussen zaad en grond creëert. 
Water wordt door capillair transport vanaf onderaf naar het ontkiemende zaad getransporteerd, dit vereist een goed contact tussen zaad en grond. Op lichte grond, maar ook op zware kleigronden, is dit capillair transport van water zwak en is het bijzonder belangrijk om het vocht dat vanaf het begin in de grond aanwezig is te gebruiken.

Vier basis eisen voor zaaibedden
Zaaibedden kunnen op verschillende manieren variëren, maar om hun taak te volbrengen, moeten alle voedingsbodems het zaad van deze fundamentele voorwaarden voorzien:

1. Water
2. Lucht 
3. Warmte
4. Een omgeving vrij van ziekte

1. Water rond het zaad
In het geval van granen, begint het ontkiemen met de opname van water door het graan. Het gezwollen graan ontkiemt wanneer het watergehalte stijgt van 13-14% tot 45-60%. Er moet minimaal 6% plant-beschikbaar water zijn rond het zaad om een betrouwbaar watervoorziening en opkomst te verzekeren. Om er zeker van te zijn dat een plant toegang heeft tot water, is het ook belangrijk om goed contact tussen zaad en grond te creëren, aangezien het water wordt afgenomen van de grond rond het zaad. Dit betekent dat de gronddeeltjes rond het zaad niet grof mogen zijn. Een goede vuistregel is dat er minimaal 50% van de aggregaten in het zaadbed een diameter van minder dan 5 mm moet hebben om zeker te zijn van de opkomst, zelfs als er geen regen valt na het zaaien.

Zaaidiepte is ook erg belangrijk voor de beschikbaarheid van water. De juiste diepte om te zaaien is een balans tussen het plaatsen van het zaad op voldoende diepte om genoeg water te vinden voor het kiemen en voldoende ondiepe dieptes om een snelle opkomst mogelijk te maken, te zien in onderstaande figuur.

De diepte van het zaaien is een balans tussen voldoende diepte die uitdroging van het zaad vermijdt en genoeg ondiepe dieptes die een hoge opkomst en goede plantdichtheid geven.
Als vuistregel geldt dat de diepte van zaaien ca. / maximaal 10 keer de diameter van het zaad moet zijn. Voorbeeld; Raapzaad heeft een diameter van 1.5-2.0 mm, de optimale diepte om te zaaien is dan ongeveer 15-20mm.

Een goede vuistregel hierbij is dat de diepte om te zaaien 10 keer de diameter van het zaad moet zijn, zoals geïllustreerd in de afbeelding. Volgens dit principe, zijn erwten en bonen dieper geplaatst in de grond, hier is vaak vocht in het zaadbed. Raapzaad, moet echter op ondiepe diepte worden geplaatst, waar het moeilijk is om te garanderen dat er voldoende grondwater is. De watertoevoer mag echter nooit in gevaar worden gebracht door het zaad op een te lage diepte te plaatsen. In plaats daarvan, zou het zaad geplaatst moeten worden waar genoeg vocht is.

2. Lucht in losgemaakte grond
Planten slaan voedingreserves op in hun zaden, vruchten of granen slaan het op in zetmeel, oliën of proteins. Deze voedingreserves moeten het volhouden tot de groene gedeeltes van de plant de plant met fotosyntheses genoeg energie geeft. Wanneer het zaad water opneemt, begint het enzymatisch proces, waarbij de voedingreserves tijdens de ademhaling worden afgebroken. Dit proces vereist zuurstof, dit is beschikbaar rond de lucht bij het zaad. Hierdoor is het belangrijk dat de grond die het zaad bedekt, los genoeg is om lucht en zuurstof door te laten. Het is net zo belangrijk dat de koolstofdioxide dat tijdens de ademhaling gevormd wordt kan worden afgevoerd. Als grond na het zaaien drassig wordt door zware regen, kan dit leiden tot zuurstofgebrek en de daaropvolgende problemen met kieming veroorzaken.

3. Warmte versnelt de opkomst
De grond wordt in het voorjaar voornamelijk door zonnestraling opgewarmd, maar ook indirect door regen en luchtstromingen. De temperatuur in het zaadbed heeft een grote invloed op hoe snel het zaad ontkiemt en op de groei van het zaad. Tarwe, gerst en haver kunnen bij ongeveer 3-5 ° C ontkiemen, maar geven de voorkeur aan een temperatuur rond de 20°C voor een snelle groei. De temperatuur van de grond is het resultaat van een wisselwerking tussen warmtecapaciteit, thermische geleidbaarheid en verdamping. Droge, poreuze grond warmt gemakkelijker op dan vochtige of drassige grond. Hoe hoger het watergehalte van de grond, hoe langzamer de grondtemperatuur in het voorjaar stijgt.

4. Verlaag ziekten met gewas rotatie
Om ervoor te zorgen dat het zaaibed zo vrij mogelijk van ziektes is, moet er een gevarieerde gewas-rotatie worden gebruikt. Ideaal is dat eenzaadlobbige en tweezaadlobbigen worden gevarieerd zodat ze afwisselend in de gewasrotatie voorkomen. Een andere vuistregel is om ervoor te zorgen dat de plantenresten van eerdere gewassen zijn ontbonden voor het zaaien. Dit vermindert de mogelijke ziektedruk en zorgt ervoor dat de resten de opkomst van het nieuwe gewas niet belemmeren.

Woordenboek
Kooldioxide = gasvormig afvalproduct (CO 2) van celrespiratie in de wortels dat ook de bouwsteen is samen met water, voor suikers gecreëerd door de plant via fotosynthese.
Tweezaadlobbigen = planten die ontkiemen van zaad tot een zaailing met twee zaadlobben, bijv. oliehoudende zaden, erwten, bonen, lijnzaad, suikerbiet, enz.
Enzymatische processen = enzymen zijn eiwitten die chemische reacties in de cel regelen door de snelheid van processen te verhogen of te verlagen.
Verwarmingscapaciteit = de hoeveelheid warmte / energie (kJ) die nodig is om de temperatuur van 1 kg materiaal met 1°C te verhogen.
Eenzaadlobbige = planten die ontkiemen van zaad tot een zaailing met slechts één zaadblad (zaadlob), bijv. grassen en granen. 
Ademhaling = celademhaling is het proces waarbij voedingsstoffen in de cel worden afgebroken om energie te creëren - in het geval van zaad, worden zetmeel, eiwitten en oliën afgebroken om het zaad (of de korrel) de energie voor kieming te geven.
Thermische geleidbaarheid = de capaciteit van een materiaal om warmte te geleiden.
Aggregaat = een ophoping van gronddeeltjes tot een geheel / samenklontering van korrelig materiaal.

Kom in contact met onze dealers

Dealers

Stel een vraag

Stel een vraag

Heeft u een vraag? Stel hem hier.